Wie in Barcelona een tijdje op de tribune heeft gezeten tijdens de test van deze week, kon gelijk zien dat de Formule 1 veranderd is. Vooral in de hairpin, achterop het circuit, werd het duidelijk. Waar de auto's vroeger met luid gerochel de bocht verlieten, klinken de motoren nu alsof er iemand op hun staart trapt. Ze gillen het uit. De achterkant van de auto's glijdt heen en weer. Het is een mooi gezicht en de coureurs vinden het bijna allemaal prachtig. Vandaag in de special: Weg met tractiecontrole!
Het is duidelijk een speeltje van de moderne tijd. Tractiecontrole. Bedoeld om de wielen bij het uitaccellereren niet te laten spinnen, zodat de auto in het rechte spoor blijft en de coureur geen tijd verliest met doorslaande achterwielen. Het produceerde altijd een lelijk rochelend geluid en veel coureurs klaagden dat het rijden in een Formule 1-wagen te makkelijk werd. De FIA zag het met lede ogen aan en introduceerde de ECU, de Engine Control Unit. Met dit staaltje moderne elektronica kunnen de teams en de FIA veel beter zien wat er in de motor gebeurt. Op deze manier is het heel simpel om te controleren of er gebruik wordt gemaakt van tractiecontrole.
Want dat was een beetje het probleem van de FIA in 2001. Tractiecontrole was verboden, maar tegelijkertijd erg moeilijk te controleren. Onmogelijk, bijna. Het systeem kon diep verstopt zitten in de software en op die manier onvindbaar zijn voor de stewards. In 2001 gaf de FIA toe en werd het gebruik van hulpmiddelen als tractiecontrole en ABS toegestaan. Puristen morden. Iedereen kon nu snel zijn in een F1-wagen. Niki Lauda klaagde zelfs dat een aap het nog kon. Lauda kreeg vervolgens van Jaguar een test aangeboden en de Oostenrijker spinde in de eerste bocht. Echt, Niki? Een aap?
Maar dat het eenvoudiger was om hard te gaan, was wel duidelijk. Een coureur hoefde bij het uitaccellereren alleen maar de rechtervoet naar beneden te stampen en de elektronica deed de rest. Per 2008 is dat dus niet langer het geval. Het is nu weer de coureur die bepaalt hoeveel gas er gegeven wordt. Goede zaak, want zo wordt de input van de coureur weer belangrijker. Veel coureurs zijn overtuigd van hun eigen kunnen en roepen om het hardst dat het geweldig is dat alle hulpmiddelen verbannen zijn.
Er zullen toch ook rijders zijn die wat minder blij zijn met de terugkeer van de glijdende achterkant. De auto wordt nerveuzer en je staat sneller achterstevoren als je even niet oplet. De minder begaafde mannen zullen er sneller uitgepikt worden. De snellere ook. Michael Schumacher testte 'even' twee dagen met een auto waarin hij nog nooit had gereden en was gelijk iedereen te snel af. Dat heet instinct. Het zit in hem. Volgens de Duitser is het ook een goede zaak dat de hulpmiddelen zijn verdwenen. "Het is niet alleen leuker voor de coureurs, maar ook voor de fans. De races zullen veel meer spanning bieden", vertelde hij op een uiterst chaotische persbijeenkomst in de paddock van Barcelona.
Montoya voor Schumacher
Hij heeft gelijk. In 2001, vlak voordat tractiecontrole werd toegestaan, vond de Grand Prix van Brazilië plaats. Juan Pablo Montoya stal daarin de show, door pas in zijn derde race Schumacher opzij te zetten en op spectaculaire wijze aan kop te rijden. Montoya perste alles uit zijn Williams. De auto bokte en gleed, maar de Colombiaan hield hem in het rechte spoor. Het was prachtig om te zien hoe Montoya worstelde met de auto. Meerdere malen kwam hij driftend uit de bochten. Het was de voorlaatste race zonder tractiecontrole en de pers schreef dat het aan de ene kant fantastisch was om Montoya zo bezig te zien, maar dat het aan de andere kant waarschijnlijk de laatste keer zou zijn dat we zulke mooie powerslides zouden zien.
Het pessimisme van zes jaar geleden blijkt gelukkig onterecht. De auto's glijden en gillen weer. Het is de moeite van het bekijken meer dan waard. Wie komend seizoen naar een Grand Prix afreist, zal meer spektakel voorbij zien komen. Volgens Giedo van der Garde zullen ook de races leuker worden. "Je kan elkaar nu sneller in een foutje dwingen", zei hij in Barcelona tegen GPUpdate.net. "Als je zenuwachtig wordt van de man achter je en je gaat te vroeg op het gas, ben je de auto zomaar kwijt." Giedo kan het weten, want op dinsdag ging hij achterstevoren nadat hij iets te enthousiast het gaspedaal van zijn Force India-bolide had ingetrapt. "Ik was hem in een keer kwijt. Eigenlijk is dat gewoon gaaf. Het is nu veel uitdagender geworden om hard te gaan in een Formule 1-wagen."
Het is leuk om de coureurs zo te horen praten. Natuurlijk spin je sneller, maar dat maakt het juist interessanter. Het vinden van de limiet is een stuk lastiger en als je dan uiteindelijk echt hard gaat, schenkt dat meer bevrediging. Het tekent de rijders dat ze niet gaan voor de meest eenvoudige oplossing. De Formule 1 moet niet alleen de top van de autosport zijn, het moet ook de beste coureurs voortbrengen, de elite. Zonder hulpmiddelen die de auto laten rijden alsof hij op rails ligt, wordt er weer meer gevraagd van het gevoel in de rechtervoet. Nu nog een bak water eroverheen en we kunnen helemaal lachen...