Formule 1 nieuws
Special: Finnen bij McLaren
03 januari 2008Met de komst van Heikki Kovalainen bij McLaren hebben we de vierde Fin sinds 1986 in een auto van Ron Dennis. Slechts één ervan is wereldkampioen geworden voor het team uit Woking, maar allemaal waren het coureurs die ongehoord hard konden rijden. Of Heikki thuis gaat horen in het illustere rijtje van Keke, Mika en Kimi zal de toekomst uitwijzen. Vandaag in de special: Finnen bij McLaren.
 |
| Rosberg op Silverstone |
Keke Rosberg was een bijzondere man. De besnorde Fin werd in 1982 de eerste wereldkampioen uit het land van de duizend meren, met het team van Williams, maar werd nooit een allesvreter. Hij won soms een Grand Prix, maar had nooit echt het materiaal dat hij verdiende. Zijn kampioenschap was een zeer opmerkelijke prestatie, omdat hij het opnam tegen de veel snellere turbo-wagens. Rosberg was een exceptionele rijder. Kon dingen met een auto die anderen versteld deden staan. Lange tijd had hij het record op zijn naam van het allersnelste rondje dat ooit door een Formule 1-wagen is afgelegd.
 |
| De recordronde |
We spreken 1985, de Grand Prix van Engeland op Silverstone. Kwalificatie. Een regenbuitje zorgde voor een vochtige baan, maar het droogde gauw op. Rosberg reed nog voor Williams en zat in de pits rustig een peukje te roken. Hij was uit op pole-position. Hij nam een laatste trek van zijn sigaret en drukte hem uit met zijn voet. "Let's do it." Hij trok zijn helm over zijn gezicht en nam plaats in de Williams. Het rondje dat volgde, was van een ongekende schoonheid. Ondanks de nog vrij natte baan boenderde Rosberg over het oude circuit van Silverstone alsof hij alle grip van de wereld had. Het resulteerde in het eerste rondje met een gemiddelde snelheid van boven de 160 mijl per uur (257, 5 kilometer per uur). Zijn concurrenten stonden met de mond vol tanden. Het record werd pas verbeterd in 2002, toen Juan Pablo Montoya op Monza een tandje harder ging.
 |
| Uitgevallen in Adelaide |
Ron Dennis wilde Rosberg wel een mooi afscheid geven van de Formule 1. In 1986 reed Keke voor McLaren, maar waar hij in de Williams soms zo vreselijk kon uithalen, kon hij in de McLaren zijn draai maar niet vinden. Hij won geen enkele race, al lag hij wel aan de leiding in zijn laatste Grand Prix, de beruchte race in Australië, waar Nigel Mansell zijn band plofte en Alain Prost kampioen werd. Een lekke achterband voorkwam echter een zege voor Rosberg. Keke werd later de manager van Mika Hakkinen en is natuurlijk de vader van Nico. En derhalve weer vaak te zien op de paddock. Ietsje dikker, maar nog altijd onmiskenbaar Keke.
Zijn pupil, Hakkinen, deed het een stuk beter bij McLaren. In 1993 werd hij aangesteld als testrijder voor het team, maar toen Michael Andretti werd ontslagen, mocht de jonge, blonde Mika het eens proberen. Prompt was hij in zijn eerste kwalificatie gelijk sneller dan teamgenoot Ayrton Senna. Niet de minste. In 1994 was Senna weg en werd Hakkinen de eerste coureur. Echter, de Peugeot-motor was niet bepaald een juweeltje en McLaren moest erg wennen aan de afwezigheid van Senna. Een jaar later werd het nog erger, met de foeilelijke MP4/10. Niet vooruit te branden en tot overmaat van ramp crashte Mika zwaar in Adelaide, wat hem bijna het leven kostte.
 |
| In duel met Schumacher |
Het duurde nog eens twee jaar voordat Hakkinen eindelijk zijn eerste race won. In Jerez stond hij, na 'behulpzaam' werk van teamgenoot David Coulthard en Jacques Villeneuve, dan eindelijk op de hoogste trede van het podium. Een jaar later had McLaren een geweldige auto gebouwd en kreeg Hakkinen loon naar werken. In 1998 en 1999 werd de Fin wereldkampioen. In 2000 voerde hij een seizoen lang een verbeten gevecht met Michael Schumacher, maar een derde titel zat er niet in. Het waren mooie tijden. De knokpartijen tussen Hakkinen en Schumacher zijn legendarisch. Tot op de dag van vandaag spreekt Schumacher nog altijd met veel bewondering over Hakkinen. Het was zijn meest gerespecteerde rivaal.
 |
|
Toen Hakkinen eind 2001 stopte, stond zijn vervanger al klaar. Kimi Raikkonen had pas één seizoen Formule 1 gereden, maar Ron Dennis had genoeg gezien. Instappen, jij. Geen slechte zet. Raikkonen maakte gehakt van teamgenoot Coulthard en deed meerdere seizoenen mee om de titel. Dat hij die niet won, lag voornamelijk aan de onbetrouwbaarheid van het materiaal dat Woking hem leverde. Een schrijnend voorbeeld was het seizoen 2005, waarin McLaren absoluut de snelste auto had, maar de pechduivel maar niet van zich af kon schudden.
Kimi had genoeg van de fragiele McLaren en vertrok naar Ferrari. McLaren dacht met Fernando Alonso een prima opvolger in huis te hebben, maar dat verhaal is inmiddels bekend. Nu mag Heikki Kovalainen het proberen. Een jongen uit de bossen van Finland, zo diep verscholen dat het bijna Rusland heet. Aan hem de taak om te laten zien waarom Ron Dennis toch zo dol is op Finse rijders.
Meer nieuws
Homepage