Nadat Fernando Alonso in Maleisië machteloos naar een achtste plaats reed, is het duidelijk. De man die in de afgelopen drie edities van het wereldkampioenschap Formule 1 zo'n prominente rol heeft gespeeld, zal dit jaar genoegen moeten nemen met een rol als veldvuller. Renault moet van ver komen en Alonso heeft dan ook een flinke klus in het verschiet. De Spanjaard is niet de enige wereldkampioen die de overstap maakte naar een minder team. Dat gebeurde nogal vaak in het verleden. Vandaag in de special: Als kampioen naar de middenmoot.
Als een coureur na het behalen van een wereldkampioenschap vertrekt naar een team wat minder hoog in de rangorde staat, betreft het vaak een 'project'. De coureur heeft het wel gezien bij het team waar hij zo succesvol werd en gaat op zoek naar iets nieuws. Althans, dat is de officiële lezing. Wat de coureur in kwestie niet vertelt, is dat hij bij zijn nieuwe team sloten met geld gaat verdienen. Het geld wat dan naar de vedette gaat, wordt niet in de auto gestoken en zodoende laat verder succes vaak lang op zich wachten.
Villeneuve in betere tijden
Een goed voorbeeld voor dit scenario was de overstap van Jacques Villeneuve naar BAR in 1999. Villeneuve had in zijn eerste twee jaar bij Williams prima geboerd en had er een wereldkampioenschap aan overgehouden. In zijn derde jaar bij het team, 1998, verging het Williams een stuk minder. Goede vriend Craig Pollock had inmiddels het team van Tyrrell gekocht en zou in 1999 BAR beginnen. Villeneuve volgde zijn hart, en het geld, en vertrok naar het nieuwe team. Jacques Villeneuve zou nooit meer een Grand Prix winnen en eind 2003 werd hij uitgekotst door het team en oneervol ontslagen. Diva-gedrag van de Canadees, gecombineerd met een vorstelijk salaris dat hij gezien zijn prestaties niet verdiende en een nieuwe teamgenoot - Jenson Button - die hem om de oren reed, deden teambaas David Richards besluiten om Villeneuve de deur te wijzen. Villeneuve reed daarna nog voor Renault, Sauber en BMW, maar werd in 2006 opnieuw ontslagen na tegenvallende prestaties.
Piquet spint in de Lotus
Het zoeken naar het grote geld heeft al veel grote coureurs van hun voetstuk doen vallen. Nog een goed voorbeeld is Nelson Piquet, de vader van de teamgenoot van Alonso. In 1987 won hij zijn derde wereldkampioenschap, maar hij was absoluut niet tevreden bij zijn team. Piquet reed voor Williams en had constant ruzie met teamgenoot Nigel Mansell. Daarbij is Frank Williams niet iemand die bijzonder scheutig is met de salarissen voor de coureurs. Piquet vond het welletjes en vertrok naar Lotus. Daar verdiende hij prima, maar was de kans op succes verkeken. Later vertrok hij naar Benetton, waar hij zijn geschonden blazoen nog enigszins oppoetste met enkele overwinningen, maar Piquet werd vooral gezien als een zakkenvuller, die na het behalen van enorme successen nog even zijn pensioen wilde veiligstellen.
Hill in de Arrows
Soms heeft een overstap naar een minder team niets te maken met geld, maar is het een gedwongen transfer. Damon Hill won in 1996 het wereldkampioenschap bij Williams (alweer Williams), maar reed het jaar erop in een Arrows. Frank Williams had eind 1996 genoeg van het gestuntel van de Brit en ondanks het feit dat Hill kampioen werd, mocht hij vertrekken. Arrows was eigenlijk het enige team waar nog plaats was en Hill vertrok naar het achterhoedeteam. Een uitdaging, heette het. Het werd, op die ene race in Hongarije na, een drama. Het jaar erop vertrok hij naar Jordan, waar hij nog één race zou winnen. In 1999 reed Hill rond alsof hij er totaal geen zin meer in had. Ook hij werd beschuldigd van zakkenvullerij en na een slecht seizoen vertrok de wereldkampioen van 1996 met stille trom.
Schumacher in 1996
Het kan tenslotte ook gebeuren dat een overstap juist voor nieuwe successen zorgt. Michael Schumacher weet daar alles van. Na twee wereldkampioenschappen bij Benetton, vertrok de Duitser in 1996 naar Ferrari, dat de afgelopen vijf jaar slechts twee races had gewonnen. De Duitser werd ongetwijfeld gelokt door het grote geld, maar ook door de verleiding om van Ferrari weer een winnend team te maken. Het eerste jaar vertoonde al tekenen van flinke verbetering bij het team, met drie Grand Prix-overwinningen voor Schumacher. Sindsdien heeft Ferrari ieder jaar meegedaan om de wereldtitel, met uitzondering van het door Michelin gedomineerde 2005. Michael Schumacher werd de meest succesvolle Grand Prix-coureur aller tijden met zeven titels, waarvan vijf op rij in de periode 2000-2004.
Het succes had de Duitser te danken aan het feit dat hij gedreven was. Schumacher zocht niet naar meer geld, de overstap was niet gedwongen en niet gestoeld op oude vriendschappen. Schumacher ging naar Ferrari om weer wat van dat team te maken. Hij haalde de juiste mensen naar het team en werkte via een stappenplan. Het duurde even voordat de eerste titel binnen was, maar daarna was het hek van de dam.
In welke categorie valt de overstap van Alonso in te delen? Het is lastig te zeggen. Het lijkt een combinatie van een gedwongen vertrek - de situatie bij McLaren was tenslotte onhoudbaar geworden - en loyaliteit jegens oude vrienden. Bij Renault was het immers allemaal begonnen. Of Alonso langer bij Renault zal blijven dan dit seizoen, valt echter ernstig te betwijfelen. De eerste geruchten over een eventueel ontslag van Felipe Massa steken al de kop op en wie zou hem beter kunnen vervangen dan de man uit Oviedo? Ferrari zou zich in de handen wrijven met een dergelijk koningskoppel. De geruchten zijn legio, maar voorlopig moet Alonso het doen met Renault. Misschien kan hij voor een stuntje zorgen, maar de man die zo gewend is aan succes, zal nu moeten wennen aan het parkeren van zijn auto in de anonimiteit van het parc fermé.