Formule 1 nieuws
Special: Jim Clark, the Flying Scotsman
10 april 2008Deze week is het veertig jaar geleden dat Jim Clark overleed op het circuit van Hockenheim. Clark, wereldkampioen in 1963 en 1965, werd beschouwd als de beste coureur van zijn generatie en misschien wel de beste uit de geschiedenis van de Formule 1. Vandaag in de special: Jim Clark, the Flying Scotsman.
Ieder tijdperk kent wel een coureur die gezien werd als de beste van zijn generatie. De afgelopen tien jaar was dat Michael Schumacher, daarvoor was het Ayrton Senna, die werd voorafgegaan aan Alain Prost. In de jaren '70 werd Niki Lauda gezien als de beste en in de jaren '60 heette die man Jim Clark. Een Schot, geboren op 4 maart 1936, die zijn gehele Formule 1-loopbaan voor het team van Lotus heeft gereden. Clark maakte zijn debuut in de Grand Prix van Nederland in 1960. Drie jaar later was hij wereldkampioen.
 |
|
Clark was een duizendpoot. Een kenmerk van een getalenteerde coureur, is dat hij in iedere auto snel is. Kijk maar naar Michael Schumacher, die de overstap van de Groep C-sportscars naar de Formule 1 moeiteloos maakte. En nu zelfs prima uit de voeten kan op een motorfiets. Clark was ook iemand die hard kon gaan in alles wat vier wielen had. Zo won hij in toerwagens, in NASCAR, de IndyCars en in rallyraces. Zijn medecoureurs hadden grenzeloos respect voor deze jongeman, die ook nog eens bijzonder voorkomend was. Fans kregen alle aandacht en als een plaatselijk radiostation hem graag in de uitzending wilde hebben, was dat geen probleem.
 |
| Clark & Hill op Silverstone |
Clark reed, zoals gezegd, zijn hele loopbaan voor Lotus. De wagens van Colin Chapman waren snel, maar eveneens bijzonder fragiel. Een beroemde anekdote over de breekbare auto's van Lotus kwam van Jackie Stewart, die ooit door Jochen Rindt om advies werd gevraagd. De Oostenrijker had een aanbieding van Brabham en Lotus, en kon niet kiezen. Stewart vertelde hem: "Als je wereldkampioen wilt worden, moet je naar Lotus. Als je wilt blijven leven, ga je naar Brabham." In 1970 werd Rindt wereldkampioen, maar overleed hij op Monza, voordat hij zijn titel binnen had. Omdat hij genoeg punten had verzameld, werd hij de enige coureur in de historie van de Formule 1, die postuum wereldkampioen werd.
 |
| Wolfgang von Trips |
Clark leek echter langs alle problemen te zeilen. De Lotus bleef bijna altijd heel en de overwinningen werden aaneen geregen. In 1961, vroeg in zijn Formule 1-carrière, raakte hij echter betrokken bij een van de zwaarste ongelukken uit de geschiedenis van de sport. Clark raakte in Monza de Ferrari van Wolfgang Graf Berghe von Trips, die crashte. De 'sharknose' vloog door de lucht en kwam in de tribunes terecht. Veertien toeschouwers vonden de dood en de Duitse graaf lag levenloos op het circuit. Clark werd in eerste instantie aangewezen als de schuldige, maar later werd het incident afgedaan als een tragisch race-ongeluk.
 |
| Clark op Monza, 1967 |
In 1967 reed Clark de beste race uit zijn carrière en misschien wel de beste race in de historie van de Formule 1. In Monza raakte hij al vroeg in de race achterop, door een lekke band. Toen hij de pits verliet, lag hij een ronde achter op de koplopers. Clark rechtte de rug en begon aan een waanzinnige inhaalrace, waarbij hij het ronderecord meerdere malen aan flarden reed. Zijn snelste ronde was zelfs sneller dan zijn pole-tijd. Tegen het einde van de race konden de toeschouwers hun ogen niet geloven. Clark had een hele ronde achterstand goed gemaakt en nam de leiding in de wedstrijd! Bij het ingaan van de laatste ronde had de Lotus een kleine voorsprong op de nummers twee en drie, maar halverwege de ronde begon de motor te haperen. Er zat voor één ronde te weinig benzine in... Clark werd nog derde, maar het was de enige keer dat hij werkelijk woedend was op zijn teambaas, Colin Chapman. Hij had maximale risico's genomen, maar zag de overwinning aan zich voorbij gaan door slecht rekenwerk van zijn team. Deslaniettemin was de Grand Prix van Italië de beste race die Clark ooit reed. Ook nu wordt het nog gezien als de meest opmerkelijke prestatie die een coureur ooit leverde.
Op 7 april 1968 deed Clark mee aan een Formule 2-race op het circuit van Hockenheim. Contractuele verplichtingen met bandenfabrikant Firestone dwongen hem daartoe. Hockenheim was toen nog in zijn originele staat, met enorm lange rechte stukken, zonder chicanes, en het bekende stadiongedeelte. In de vijfde ronde schoot de Lotus van Clark van de baan en aangezien er geen vangrails stonden, betekende dat een crash in de bomen rondom de baan. Clark had geen schijn van kans en stierf aan een gebroken nek en een schedelbasisfractuur.
 |
| Herdenkingsplek |
De Formule 1-wereld was geschokt. Meer dan geschokt. Jim Clark was de verpersoonlijking van de ideale coureur. Snel, knap, vriendelijk en hij bleef altijd uit de problemen. De impact van zijn dood is te vergelijken met die van de dood van Ayrton Senna. Als het hem kon overkomen, dan kon het dus bij iedereen gebeuren. In de jaren na de dood van Clark, zouden er nog veel meer coureurs sterven. Echter, geen van de fatale ongelukken maakte zoveel los als die van die jongeman uit Schotland. Nu nog spreken de overgebleven coureurs van zijn generatie met het diepste respect en verdriet over Jimmy, die onaantastbaar leek.
Meer nieuws
Homepage