Formule 1
9 november 2009

Formule 1 nieuws

Analyse: De wind in de zeilen hebben

08 juni 2009

Toen Sebastian Vettel bij het uitkomen van Bocht 9 in de eerste ronde even van de baan schoot en zijn leidende positie verloor aan Jenson Button, was de race gereden. Alleen technische pech kon de Brit nog van zijn zesde seizoenszege afhouden, maar die pech overkwam, zoals het hoort, Rubens Barrichello. Welkom in 2004.

Toen Michael Schumacher in 2002 en 2004 de overwinningen aaneen reeg, nooit mechanische pech had en zijn concurrenten, áls ze eens voor hem reden, tegen problemen aanliepen, werd er gemord. Die Duitser had de beste auto en ook nog eens al het geluk van de wereld. Want als een Ferrari onverhoopt eens stotterde, was het die van teamgenoot Rubens Barrichello, die daardoor constant achter de feiten aanliep. De Braziliaan kon dan roepen wat hij wilde over een eventueel kampioenschap, maar iedereen wist dat dát niet ging gebeuren. Hoezeer het hem ook gegund was.

In 2009 zien we eenzelfde scenario. Button is de snelste van het veld, ziet de concurrentie over zichzelf struikelen en na gisteren is Rubens Barrichello degene die de technische gremlins voor zijn rekening mag nemen. Hoe graag we ook een spannend seizoen zouden zien: niks en niemand kan momenteel tippen aan de combinatie Brawn GP/Jenson Button. En net als vijf jaar geleden kan je alleen maar bewondering hebben voor een combinatie die zó goed werkt. Nee, de wedstrijden worden er niet spannender op, maar zo werkt de Formule 1 nou eenmaal. Eens in de zoveel tijd bouwt een team een auto die helemaal past bij een coureur, waarna de coureur zijn kans met beide handen aangrijpt.

Andretti voor Peterson in 1978
Andretti voor Peterson in 1978

Zoiets overkwam niet alleen Michael Schumacher, maar de traditie gaat ver terug en steeds met dezelfde overeenkomsten. In 1978 had Lotus met de 'wing car' verreweg de beste auto van het veld en werd Mario Andretti op zijn sloffen kampioen. Zijn teamgenoot was Ronnie Peterson, zeker niet de minste, maar na een paar dubbelzeges waarin de Zweed als tweede aan de finish kwam, was het pleit beslecht. In 1998 had Mclaren een auto geproduceerd die verreweg het beste omging met de nieuwe regels en leek het titelgevecht in eerste instantie tussen Mika Hakkinen en David Coulthard te gaan. Na de eerste paar races werd duidelijk dat Coulthard geen kampioen ging worden. Dat Hakkinen later nog verrassend veel tegenstand kreeg van Michael Schumacher, was Ferrari's verdienste, maar de Fin en McLaren wonnen de titel.

Jimmy Clark
Jimmy Clark

Zo zijn er nog veel meer seizoenen geweest waarin één team en één coureur de dienst uitmaakten. Ferrari en Alberto Ascari in 1952, Mercedes en Juan Manuel Fangio in 1955, Lotus en Jim Clark in 1963 en ga zo maar door. Brawn GP is gewoon de volgende in de lange lijst. Het is gek wat zelfvertrouwen met een mens kan doen. Vorig seizoen stond Jenson Button zo'n beetje achteraan in het rijtje met potentiële racewinnaars en nu kan men zich eigenlijk niemand anders voorstellen.

Misschien gunt Button zijn teamgenoot nog een paar overwinningen, later dit jaar. En misschien kunnen Vettel en Webber nog wat plaagstootjes uitdelen. Maar Jenson kan alvast een mooi pak gaan uitzoeken voor het FIA-gala aan het einde van het jaar.


Meer nieuws


Homepage